Individualisering. Hoe vrij zijn wij om de auto te rijden die wij willen rijden?

Individualisering is een belangrijke verworvenheid van onze maatschappij. Individualisering staat voor vrijheid, mobiliteit, en processen zelf in de hand hebben, anytime, any place. Onze individualiteit wordt gereguleerd door de algemeen geldende normen en waarden. Je mag best anders zijn, maar niet te veel afwijken van de norm. Dit resulteert in massa-individualisme. Als je mening teveel afwijkt van de norm, keert de massa zich tegen je. Soms is dat goed. Een pedofiel mag niet de vrijheid krijgen in zijn handelen zoals hij dat wenst. Soms gaat het wat te ver. Al jaren spannen vrouwen- en mensenrechtenorganisaties zich in om  vanuit rechtswege de SGP te verplichten om vrouwen op hun kieslijst te zetten. Als er binnen de SGP vrouwen zijn die een politieke functie ambiëren, dan hebben zij toch de vrijheid om een eigen partij op te richten? Als je het niet eens bent met het vrouwenstandpunt van de SGP, dan stem je toch op een andere partij?!

Hoe vrij zijn wij als het gaat om de auto die wij rijden? Claus Ehlers, directeur Maatschappij, Voertuigconcepten en Human-Machine Interaction van Mercedes-Benz, noemde de auto niet alleen de belangrijkste mogelijkheid tot individuele mobiliteit. Hij zag ook de auto als expressie van individuele vrijheid.  Dat zou betekenen dat wij allemaal onze droomauto rijden. De straten zouden volstaan met Ferrari’s, Porsches en Aston Martins. Volkswagen en Toyota zouden geen bestaansrecht hebben. De werkelijkheid is anders. Er zijn een groot aantal factoren die je keuze voor een auto beïnvloeden. Denk hierbij aan je inkomen, je milieu, je opleiding, je vrienden, je baan, je woonomgeving, je partner, je kinderen, je afkomst en je ambities.

De 19e-eeuwse Duitse filosoof Ludwig Feuerbach, grondlegger van het atheïsme en materialisme, zei: De mens is wat hij eet. Erwin Wijman leidde daar de titel van zijn boek af: “Wat je rijdt ben je zelf”. Ten dele ben ik het hier mee eens. De Range Rover Sport en Porsche Cayenne worden niet voor niets PC Hoofdstraat-traktoren genoemd. En voor de ouderen onder ons: de dokter en de notaris, in welke auto’s reden zij? Jaguars, Saabs, Volvo’s of Mercedessen en BMW’s? Juist. Maar tijden veranderen. In mijn optiek wordt de keuze voor een nieuwe auto steeds meer bepaald door de maatschappelijke opinie en de fiscale regelingen.

In 2006 introduceerde Audi de Q7. Deze auto werd direct een groot verkoopsucces. “King of the Road, maar minder patserig dan een BMW of Mercedes-Benz. In dezelfde tijd kwam er veel kritiek op grote SUV’s, ook wel aso-bakken genoemd. (vanwege de CO2 uitstoot) De Audi Q7 en de Hummer werden hierbij kind van de rekening. Het resultaat? De Hummer wordt niet meer nieuw verkocht in Nederland, de Q7 gaat nog maar mondjesmaat over de toonbank, terwijl vergelijkbare modellen van BMW en Mercedes-Benz nog steeds redelijk goed verkocht worden.

Ik help veel ondernemers met het verduurzamen van hun wagenpark. De drie belangrijkste redenen waarom ondernemers overstappen op een “groener” wagenpark:

– Financieel gewin voor de organisatie. “Mijn klanten verwachten van mij dat wij groen rijden”, aldus een ondernemer. Een andere vertelt: “Om mijn scoringskansen te vergroten bij aanbestedingen, dien ik mijn wagenpark te verduurzamen” En auto’s met een groen milieulabel zijn simpelweg goedkoper in aanschaf dan auto’s met een rood milieulabel.

– Financieel gewin voor de werknemer. Dankzij de bijtellingcategorieën van 0%, 14% en 20 % kan een berijder honderden tot duizenden euro’s besparen

– Verantwoordelijkheid voor mens en milieu. Ondernemers beseffen dat fossiele brandstoffen uitputbaar zijn en dat uitlaatgassen niet bevorderlijk zijn voor het milieu.

Conclusie: Echte vrijheid om de auto te rijden die je wilt rijden hebben we niet. Uitzonderingen daargelaten… Wat je rijdt wordt voor een groot gedeelte bepaald door de massa en de belastingdienst.